Wat werkt?

Om mensen zo effectief mogelijk naar werk of participatie te begeleiden is inzicht nodig in de vraag: welke methode werkt het beste voor wie en waarom? Het beantwoorden van die vraag staat nog in de kinderschoenen, maar inmiddels is er ook veel dat we wel weten.

Bruto en netto effectiviteit

Om vast te stellen of een re-integratie-interventie effect heeft gehad kan achteraf worden vastgesteld hoeveel van de werkzoekenden die de re-integratie-interventie hebben ontvangen weer duurzaam aan het werk zijn gegaan. Dit is de bruto-effectiviteit. Door deze groep te vergelijken met een controlegroep die de interventie niet heeft ontvangen kan iets worden gezegd over de netto-effectiviteit.

De netto-effectiviteit is de toegevoegde waarde van de interventie. Niet alleen kan dan worden vastgesteld of meer werkzoekenden aan het werk zijn gegaan, maar ook of dat sneller en duurzamer is gebeurd. Daarmee is duidelijk dat een interventie werkt, maar nog niet hóe de interventie werkt en of de interventie voor andere groepen en in andere contexten zou kunnen werken.

Algemeen en specifiek werkzame bestanddelen

Algemeen werkzame bestanddelen dragen bij aan het resultaat ongeacht de soort interventie en de doelgroep. Ze zijn universeel omdat ze in iedere helpende of dienstverlenende relatie een rol spelen en de basis vormen voor goede dienstverlening. Ze zijn idealiter in iedere interventie aanwezig en hebben belangrijke toegevoegde waarde voor het effect van de interventie.

Kijk voor meer informatie bij Algemeen werkzame bestanddelen.

Specifiek werkzame bestanddelen gelden voor bepaalde typen interventies in de context van specifieke doelen en voor bepaalde doelgroepen. Zij zijn gericht op de specifieke belemmering van de werkzoekende. Ze bevatten een onderliggende theorie die focust op het type probleem dat aan de orde is, en op de beïnvloedbare factoren bij dat type probleem.

Kijk bij Interventies zoeken voor een overzicht van effectieve interventies.